Weglopen

Op beleidsniveau lijkt alles koek en ei, op de werkvloer wordt een loopgravenoorlog gevoerd met “het belang van uw kind” als inzet.

de ouders
Bij veel  kinderen komt het wel eens op om weg te lopen en een aantal voert het ook daadwerkelijk uit. Dan zult u al gauw uw toevlucht tot de politie nemen. Deze zal aan de hand van uw verhaal een inschatting maken of er al dan niet sprake kan zijn van een misdrijf.
Hierop baseert zij haar actie. Als stelregel wordt  hiervoor een lage prioriteit gehanteerd (in mensentaal: daar beginnen wij niet aan). De meeste weglopers zijn immers binnen 24 uur weer thuis!
Ook u als ouder moet een inschatting maken van de situatie. Bedenk dat, als uw kind eenmaal in de “macht” is van de overheid, er een (wind)molen gaat draaien die zijn weerga niet kent. Maar daarover straks meer.
Op het moment dat u weet waar het weggelopen kind verblijft, haal het daar direkt weg. Gebruik alle overredingskracht die u heeft, schakel uw familie in (geneer u alstublieft niet), of welke andere bekenden dan ook, om u hierbij te helpen. Overtuig hen van de noodzaak van hulp en bijstand. Als een opvangadres er lucht van krijgt dat de politie hen afdekt als zij melden dat er sprake is van verwaarlozing, mishandeling en misbruik, zal het moeilijk worden uw kind terug te krijgen. U gaat automatisch de justitiële (wind)molen in. 

Als al gauw bij de politie bevestigd wordt dat er geen misdrijf in het spel is maar huiselijke “taferelen” oorzaak zijn van het weglopen, wordt Jeugd & Zedenpolitie ingeschakeld. Deze probeert in gesprek te komen met de jeugdige. Afhankelijk van de verhalen vindt doorverwijzing plaats naar de vrijwillige jeugdhulpverlening. Hier buigt zich een maatschappelijk werker over de problematiek. Ter beoordeling aan de dienstdoende ambtenaar wordt u al dan niet op de hoogte gebracht van de verblijfplaats. Als ouders vormt u per definitie een groot gevaar voor uw kind. U krijgt evenwel “geruststellende” woorden te horen dat de verblijfplaats van uw kind bekend is. Zolang de jeugdige en diens ouders meewerken wordt de problematiek in het kader van de “vrijwillige hulpverlening” aangepakt en wordt er naar een oplossing toegewerkt, wat in vaktermen heet “hereniging.” 

Er gaat zich een probleem voordoen als de jeugdige zich niet voegt in het vrijwillige kader (vakjargon voor: hulpverlener kan niets uitrichten want de patiënt werkt niet mee). Hiervoor zijn tal van oorzaken aan te dragen en er hoeft zeker niet direkt gedacht te worden aan “mishandeling”, “verwaarlozing” en/of “seksueel misbruik” (strafbare feiten).

Een crisisopvang wordt vervolgens geregeld. De verblijfplaats wordt al dan niet aan de ouders medegedeeld. Als criterium wordt hierbij meestal gehanteerd “of de jeugdige gevaar loopt.”

Als een jeugdige het “zat” is om thuis te wonen kan deze, al dan niet na een in scène gezette confrontatie, weglopen en dat naar derden toe motiveren met “strafbare” feiten waaraan hij of zij thuis wordt blootgesteld. Als dit formeel onvoldoende aannemelijk gemaakt kan worden, voeren de hulpverlenende instanties als argument aan “om het kind te beschermen” dat er sprake is van “verstoorde relaties, waarbij gevreesd moet worden voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de jeugdige”. Een doorslaggevende reden die aangevoerd kan worden om in een later stadium de rechter een “machtiging ots en uhp” uit te laten spreken. De onderbouwing is van ondergeschikt belang, en overgeleverd worden aan de willekeur van de instanties is uw direkte toekomst.

Indien u een onschuldige ouder bent en gelooft in onze rechtsstaat waar rechtvaardigheid hoog in het vaandel staat, en ook gelooft in een deskundige aanpak van hulpverleners die als doelstelling meekrijgen relatieherstel tussen kind en ouders, zult u  merken dat u volslagen bedrogen uitkomt en dat u door open en eerlijk te zijn tegen raadsmedewerkers en de kinderrechter regelrecht in de val loopt die u hiermee voor uzelf én uw kind lijkt op te zetten.

wat is het geval?
Zodra het vrijwillige  kader het laat afweten wordt de Raad voor de Kinderbescher­ming ingeschakeld. Er vindt een “intake gesprek” plaats. In dit oriënterende gesprek wordt feitelijk bepaald of een justitiële maatregel gewenst is. Vervolgens wordt een raadsmedewerker aangewezen die het onderzoek doet en het “raadsrapport” opstelt. Wat u als ouders niet weet is dat de opdracht die de raadsmedewerker meekrijgt, volledig anders is dan u mag verwachten als bezorgde en zorgzame ouder die “in het belang van het eigen kind” een gemeenschappelijk belang met de raadsmedewerker meent te hebben. Fout. Vele ouders hebben hier vóór u leergeld moeten betalen. Een raadsrapport wordt volledig geschreven vanuit de positie van het kind, dat beschermd moet worden tegen de ouders die er de oorzaak van zijn dat het een zaak voor de Raad voor de Kinderbescherming is geworden. Daarom moet u er als ouders niet versteld van staan dat men u als criminelen behandelt, die gefaald hebben in de opvoeding van hun kind en daarbij allerlei, niet uitgesproken, strafbare methoden hebben gehanteerd. Om dat aannemelijk te maken wordt er in uw verleden gewroet.

 

Heerlijke handvatten voor een raadsmedewerker zijn:

  U was (half-)wees
  U was een kind van gescheiden ouders
  U bent zelf een adoptiekind
  U heeft een verleden in een internaat
  U bent zelf een pleegkind geweest
  U heeft als kind aandacht tekort gehad
  U bent opgegroeid in een groot gezin
  U bent in uw jeugd geslagen
  U bent in uw jeugd seksueel misbruikt
  Uw vader was werkeloos
  U woont, of u heeft gewoond, in een zogenaamde achterstandswijk
  Er is sprake van een éénouder gezin (BOM)
  U heeft te veel huisdieren wat duidt op een asociale gezinssituatie
  Een mindervalide kind, moeder, vader, maakt  deel uit van het gezin
  U heeft psychische problemen en bent (tijdelijk) overspannen, labiel
  Uw vrouw heeft last (gehad) van postnatale depressies
  Etc, etc... .
Met andere woorden: HOUDT UW MOND

U denkt dat alles goed komt omdat er bij Justitie, waarvan de Raad voor de Kinderbescherming deel uitmaakt, aan waarheidsvinding wordt gedaan. Dit is een volgende foute gedachte! Uitgangspunt bij het raadsrapport is het woord van de jeugdige en men zoekt naar argumenten om dat te onderbouwen. Dit blijkt in de praktijk te gebeuren door ouders volledig te diskwalificeren om daarmee aan te geven dat u als ouders wel moest falen. Want gefaald hebt u want uw kind is immers weggelopen!
Zo kunnen door de raadsmedewerkers in de jeugd van de ouders, een grabbelton van kind- en jeugdervaringen, volop gronden gevonden worden om aannemelijk te maken dat er sprake is van “verstoorde relaties” die ten grondslag liggen aan het weglopen van het kind.

U denkt dat u nog invloed heeft op het Raadsrapport? Foute gedachte!
Getuigen worden niet gehoord. Verder wordt door u aangedragen materiaal niet serieus genomen en hoogstens voor kennisgeving aangenomen. U zult dit echter niet of nauwelijks herkennen in de definitieve versie van het raadsrapport. Logisch, het raadsrapport wordt niet voor uw gezin geschreven, nee het dient als uitgangspunt te hebben bescherming van uw kind, tegen zijn ouders. Uw kind is het slachtoffer van zijn ouders en daar wordt aan gewerkt. Het belang van uw kind staat de Raad voor ogen, en dat is bescherming tegen de ouders.
Ach denkt u, wij leven toch in een rechtsstaat, en wij krijgen nog de gelegenheid om wijzigingen aan te laten brengen nadat wij inzage hebben gehad in het concept. Dit is een foute gedachte!
Verzending van de stukken kan op dusdanige wijze geschieden dat uw inbreng systematisch te laat aankomt.
Vervolgens denkt u: “Dan hebben we nog altijd de kinderrechter.” Nogmaals een foute gedachte!

De kinderrechter volgt het raadsrapport. Simpel. Hij hoort uw inbreng aan, om vervolgens het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming in het raadsrapport te honoreren. Het Raadsrapport is een hamerstuk.
Voor zover u dacht dat er alleen een verzoek werd ingediend voor een ots, kijk goed uit. Soms wordt, zonder overleg met partijen, gelijktijdig een verzoek tot uhp gedaan en door de kinderrechter gehonoreerd. (Ach het kind is toch al niet meer thuis). “Wat verwacht u van mij, dat ik het bij de haren pak en thuis aflever?” De ots wordt uitgesproken en met even groot gemak de uhp en uw kind komt voorlopig niet, of nooit meer, thuis.

 Volledig van de kaart, uw kind kwijt, met het gevoel dat u een gediskwalificeerde burger bent, met een brandmerk ots op het voorhoofd, kruipt u in uw schulp terug.
Sociaal isolement staat u te wachten. Wat u is overkomen begrijpt u niet. Niemand begrijpt het. U durft er niet over te spreken. U bent niet meer in staat te werken en de WAO wordt uw voorland. Mogelijkheid om u te verdedigen tegen wat u is overkomen is niet aan de orde. U bent beschuldigd, maar naar het waarheidsgehalte van de beschuldiging kijkt niemand, en zonder enig onderzoek wordt u bestempeld tot iemand die zijn kind verwaarloost, mishandelt, seksueel misbruikt of die in ieder geval een gevaar vormt voor “het geestelijk en zedelijk welzijn” van uw eigen kind.

 U denkt dat u nu wel het ergste achter de rug heeft? Foute gedachte.

In het vervolgtraject bent u overgeleverd aan de gezinsvoogdij-instelling en een gezinsvoogd. Deze weten veel beter dan u wat er gedaan moet worden in het belang van uw kind en natuurlijk gaan zij het perfecte voorbeeld vormen voor de ouders en hun laten zien hoe het wel moet. Met deze illusie komt u van een koude kermis thuis.

U gaat nu het traject in van de “misverstanden”, een stopwoord in hulpverleningsland.
Daar waar u in uw oprechte inzet voor het belang van uw kind ook uw missers heeft gehad, worden deze niet in een juist perspectief door de kinderrechter en de gezinsvoogd geïnterpreteerd.  Als zij zelf “missers” maken, vormt dit voor de instanties geen aanleiding om daaruit hun conclusies te trekken. Erger nog, men cultiveert het en gaat gewoon door.

 het hulpverleningsplan
Nadat de ots is uitgesproken wordt een gezinsvoogd(es) benoemd. Deze dient volgens de Wet op de Jeugdhulpverlening binnen een  termijn van 6 weken een hulpver­lenings­plan uitgewerkt te hebben. De opzet hiervan is standaard en qua eisen bij wet geregeld. Inhoudelijk dient u op uw hoede te zijn.
Uitgangspunt voor het hulpverleningsplan is het raadsrapport. Als dit een onjuiste weergave van de jeugdige en zijn familie geeft zal dit toch de basis blijven voor het hulpverleningsplan.
Rectificatie en mogelijkheid tot waarheidsvinding, waaronder een deugdelijk feitenonderzoek met betrekking tot het raadsrapport, zijn niet aan de orde. Als u denkt dit bij de gezinsvoogd bij te stellen, komt u wederom van een koude kermis thuis.
U blijft die verwaarlozende, mishandelende en seksueel misbruikende ouder en dat wordt allesbepalend bij de invulling van het hulpverleningsplan. U blijft behandeld als een crimineel. Het kind is uiteindelijk om die reden uit huis geplaatst, en daar tornen hulpverleners niet aan.
Daarnaast is opvallend dat gestelde doelen en middelen niet op elkaar zijn afgestemd, maar wat nog kwalijker is, beide worden zo opgesteld dat ze niet te toetsen zijn en een gezinsvoogd niet aan te spreken lijkt op haar verantwoordelijkheid ten opzichte van het hulpverleningsplan.

uw positie ten opzichte van het hulpverleningsplan
Ook al stemt u hier niet mee in, formeel wordt het uitgevoerd. Als de doelstellingen niet gehaald worden, wordt even zo eenvoudig een bijgesteld plan opgesteld met een even zo “grote” kans van slagen. Lukt de uitvoering hiervan niet omdat bijvoorbeeld de jeugdige weigerachtig blijft om mee te werken, helaas, wij heffen de ots op en laten het kind aan het lot over... .

Wees op uw hoede. Gezinsvoogden kunnen net zo manipuleren met verzenden van stukken als sommige Raadsmedewerkers. Ook komt het voor dat u stukken voor een zitting bij de kinderrechter pas ter plekke ontvangt.

Voordat het definitieve hulpverleningsplan tot stand is gekomen heeft het de instemming van de belanghebbenden nodig. Let op voor de stijgende invloed en het toenemende belang van het pleeggezin. In de praktijk blijkt dat dit belang en deze invloed vele malen groter zijn dan die van de eigen ouders.

Er zijn tijdsgrenzen gesteld aan het hulpverleningsplan, waarbinnen de gestelde doelen bereikt moeten zijn. Verbaas u er niet over dat niets gerealiseerd wordt.
De gezinsvoogd kan u uitgebreid uit de doeken doen waardoor dat komt. U zit ondertussen op een brandend kussen, er op uit dat er actie (van welke orde dan ook) komt omdat u het belang van uw kind geschaad ziet.

De jeugdige krijgt een belangrijke rol toebedeeld en kan straffeloos saboteren, ondanks dat hij of zij ingestemd heeft met het plan.

U denkt als ouder dat de gezinsvoogd wel optreedt. Nogmaals zo’n foute gedachte, alhoewel hij vanuit uw invalshoek logisch is. U zult moeten accepteren dat u een passieve rol wordt toebedeeld. Gedeeld gezag met de gezinsvoogd? Mooie woorden, maar in de praktijk inhoudsloos.
Een ots en een uhp worden voor bepaalde tijd uitgesproken, 6 maanden, 12 maanden. Voor verlenging dienen “tijdig” voorstellen ingediend te worden bij de kinderrechter. Indien u het er niet mee eens bent dient u dat op de zitting in te brengen. Wat tactisch handiger is en met meer kans op succes, is zelf actie richting de kinderrechter te ondernemen. De gezinsvoogd wordt dan in een positie gemanoeuvreerd om tot de verdediging over te gaan.

morele chantage
Veel gebezigde uitspraken waar u mee geconfronteerd wordt zijn

1. “Er moet rust komen voor het kind.” Vrij vertaald betekent het dat u niet lastig moet zijn en de situatie (ots&uhp) moet accepteren.
2. Als u aangeeft contact met de media te zoeken wordt u verweten “dat dit niet in het belang van het kind is” of dat dit belang geschaad wordt. Van het tegendeel is echter sprake.
3. Nadat raadsmedewerkers en gezinsvoogden ouders tot op de grond toe hebben laten afbranden zeggen ze dat je “als ouders de deur tenminste op een kier moet laten voor je kind om terug te komen”.

de klachtenregelingen 
De klachtenregelingen zoals ze zijn vastgelegd zijn zeker niet cliëntvriendelijk (cliënt is de huidige term voor mensen die met de Raad of Jeugdzorg te maken hebben). 
e zou willen concluderen dat er een ontmoedigingsstrategie achter schuil gaat. Laat dit gevoel niet over u komen, ogenschijnlijk boekt u geen succes maar op den duur vormen alle kleine haarscheurtjes toch een grote scheur.

welke actieve rol kunt u in dit proces spelen: 
1. Doe alles schriftelijk, verzend bij voorkeur per fax zodat u een verzendbevestiging heeft en bevestig telefonische gesprekken. Houd van alles kopieën bij. Bewaar de ontvangen post met de daarbij behorende envelop. De datum poststempel kan héél belangrijk zijn.
2. Houd een ordentelijke administratie bij: dit kan u van pas komen. Houd een chronologische lijst bij van alle gebeurtenissen.
3. Neem gesprekken op band op, ook de zitting bij de kinderrechter, het proces-verbaal van de zitting bevat te vaak onwaarheden en het is onmogelijk dit te corrigeren. U gaat een lijdensweg in.
4. Voer klachtenprocedures, de regels hiervoor kunt u opvragen bij de Raad voor de Kinderbescherming en de gvi. Complicatie hierbij is de tijd die ermee gemoeid is om een klacht behandeld te krijgen. U moet al gauw denken aan termijnen van maanden. Inmiddels kunnen heel andere problemen actueel zijn. Wat dat betreft is er geen sprake van een cliëntvriendelijke opzet. 
5. Houd wetswijzigingen in de gaten.
6. Abonneer u op de Justitiekrant en op Perspektief (Informatie & Opinieblad voor de Jeugdbescherming, aan te vragen bij het Ministerie van Justitie, 070-3706862, gratis). 
7. Neem contact op met Stichting de Ombudsman, 035-6722722, zij hebben een eigen folder, en beschikken ook over allerlei informatiemateriaal van justitie.
8. Leg alvast contact met de media. Over de inhoud van publicaties en uw intentie is goed te overleggen.
9. Laat u het verschil uitleggen tussen civiel recht en strafrecht. Hiermee voorkomt u onnodige denkfouten. Zo kan de politie niet ingrijpen in civielrechtelijke aangelegenheden, ook al is zij het eerste aanspreekpunt.
10. Houd contact met school, hoe moeilijk dat ook is.

wat u in ieder geval moet weten
1.Bij de kinderrechter heeft u geen advocaat nodig; als u denkt een advocaat nodig te hebben, moet u er op letten dat deze gespecialiseerd is in het Jeugd & Familierecht, anders is het middel erger dan de kwaal. Vraag van een zitting altijd een proces verbaal op en let erop dat de beschikking in het openbaar wordt uitgesproken.
2. Vertrouw een raadsmedewerker en een gezinsvoogd pas achteraf. Geef geen vertrouwelijke informatie. U kunt namelijk niet overzien hoe de verstrekte informatie tegen u gebruikt kan worden.

het kind
Moeilijk is het om als ouder je voor te stellen hoe jouw kind deze periode doormaakt. Indien je jouw gevoel laat spreken, weet je gewoon, ondanks dat je kwaad bent uit een gevoel van machteloosheid, dat je kind verward is (hieraan hoeven echt geen zware psychische oorzaken ten grondslag te liggen). Zeker is, dat jij als ouder nooit kunt voldoen aan het beeld van de ideale ouder, wat een kind daar dan ook onder verstaat. Als ouders ben je té streng, je mag als kind niets (in ieder geval altijd minder dan je vrienden), je krijgt altijd te weinig zakgeld, je moet altijd te vroeg thuis zijn, als je wordt opgehaald is dat een blamage en beperkt het jouw vrijheid, jouw ouders zien er niet uit, dragen nooit de “goede” kleding, hebben niet de juiste auto, wonen niet in het juiste huis, gaan naar het verkeerde vakantieadres en zo zijn er legio dingen te bedenken waardoor jij als kind vindt dat je het slecht met jouw ouders getroffen hebt. Je voelt je op een gegeven moment het stiefkind en zult alles zoeken ter bevestiging. Een alom negatief beeld ontstaat waarin ouders geen goed kunnen doen ten opzichte van hun kind, maar als gevolg kinderen ook niet ten opzichte van hun ouders.
Als kind vind je al gauw dat je de hele wereld aankunt, terwijl ouders gelijktijdig vinden dat hun kind voor bepaalde zaken nog niet rijp is. Het gevolg is strijd, strijd... , waar geen eind aan lijkt te komen. 

Dan loop je als kind weg als het je teveel wordt. Je zoekt je toevlucht bij vrienden of familie en in veel gevallen komt het gewoon weer goed. Er is weer een stap genomen op de weg naar volwassenheid voor jou als kind, en er is een bewustwording bij ouders dat ze jou iets meer ruimte moeten geven, ook al zal dat vaak zijn met een gevoel van “op hoop van zegen.” 

Wat gebeurt er nu als je je toevlucht hebt genomen tot een vriend(in), een jongerencrisiscentrum, of een gezin dat er belang bij heeft om jou daar te houden. Zonder dat je je ervan bewust bent, want het is een nieuwe situatie waarvan je geen idee hebt wat de gevolgen zijn, word je in jouw idee over je ouders bevestigd. Natuurlijk werd je door jouw ouders “geslagen”, “mishandeld”, “misbruikt en uitgebuit” en “verwaarloosd” en jouw ouders vormen voor jou het grootste gevaar op aarde. Om nog maar niet te spreken van de familie die eraan kleeft.

Wat triest is, is dat alles wat je zegt onomstotelijk voor ‘waar’ wordt aangenomen. Mensen waar je een beroep op doet hebben daarvoor hun eigen reden en voordat je het weet lijkt er geen weg meer terug. 

          De politie gelooft je en je ouders zijn vanaf dat moment criminelen en worden als zodanig behandeld.

          De kinderbescherming gelooft je en zal alles doen om een rapport te schrijven dat jouw beeld bevestigt en je werkt daar tegen beter weten in aan mee omdat een ding zeker is, je wilt niet meer naar huis. Alles is beter dan dat, vooral na de verhalen die je rondgestrooid hebt.

          De kinderrechter zul je zeker niet wijzer maken. Het volstaat voor hem, dat je zegt dat je niet meer naar huis wilt en vervolgens hoef je niet terug naar je ouders. Je denkt dat je nu “vrij” bent.

          De gezinsvoogd gaat verder met jouw verhaal. Jouw ouders zijn de grootste boeven die hun kind naar het leven staan en waar niet mee valt te praten. Aangezien zij als uitgangspunt heeft dat je tegen de zin van een kind niets bereikt, kun je rustig doorgaan met wat je in gang gezet hebt, voor je gevoel ben je nog altijd vrij want iedereen doet wat jij wilt.

          Nu wordt het zelfs comfortabel want nu gaat de royale geldkraan van justitie open. Je hebt voor elkaar gekregen dat het adres waar je verblijft van crisisopvang officieel pleegadres is geworden. Het pleeggezin krijgt een vergoeding van ongeveer ƒ 35,- per dag, en daarnaast worden o.a. kosten voor opleiding en ziektekosten vergoed en komt er een bijdrage voor kleding. Bij elkaar bijna een bijstandsuitkering, waar toch vele gezinnen van rond moeten komen, en dat alleen voor jou. Als jij er nog wat bij gaat werken is het financieel gezien zeker niet slecht. Daarnaast blijft het circus van hulpverleners en pleeggezin op volle toeren voor jou draaien; het kan echter ook zo uitpakken dat je elders wordt geplaatst, bij een vreemd pleeggezin of in een tehuis. Indien je er al de leeftijd voor hebt kun je naar een project begeleid wonen waar je wordt voorbereid op zelfstandigheid, maar alleen als jij dat wilt. Doordat de instanties altijd gebrek aan tijd hebben kan het in de praktijk nog wel eens anders uitpakken dan voorgespiegeld was. Je bent overgeleverd aan de willekeur en kwaliteit van Jeugdzorg en Pleegzorg. Inmiddels heb je zoveel macht gevoeld dat je weet dat je veel naar jouw hand kunt zetten.

           Zeker gevolg van hetgeen je bewerkstelligd hebt is dat je naar het lijkt een hele wereld tegen jouw ouders hebt opgezet. Een weg terug wil je dan zeker niet meer. “Lekker puh”, hadden ze maar niet zo “lelijk” tegen jou moeten doen. De scheiding lijkt definitieve vormen aan te nemen.

          Omdat jouw ouders in de ontstane situatie tegen een machtsblok van de overheid aanbotsen zul je merken dat zij alles doen om zich tenminste te verdedigen tegen het “onrecht” dat jij hebt aangekaart, maar waar ambtenaren “in functie”  niet juist mee zijn omgegaan. Het gevolg is dat advocaten worden ingeschakeld en dat er zittingen bij de kinderrechter plaats vinden, en ook dat er een scala aan klachtenprocedures volgt met als doel om de echte “waarheid” boven tafel te krijgen. Hierbij is hun hoop erop gevestigd, dat indien alle beschuldigingen binnen de juiste proporties worden teruggebracht herstel mogelijk is (let op, dit is niet hetzelfde als hereniging); veelal worden deze acties door pleeggezin, gezinsvoogd en andere “vertrouwenspersonen” gebruikt om jouw negatieve beeld van je ouders te versterken.

advies aan het kind
1. Ouders blijven ouders, zij zullen alles doen wat in hun vermogen ligt in joúw belang. Dit is zonder enig voorbehoud.
2. Houd er wel rekening mee dat ouders momenten van sterkte en zwakte hebben, geconfronteerd worden met eigen problemen, ziekte, relatie, werk, net als jij. Probeer daarvoor ook geestelijke ruimte te creëren net als jij van hen verwacht in moeilijke situaties.
3. Houd ook goed voor ogen wat jouw eigen aandeel in de gerezen problemen is.
4. Sta open voor hulp, maar pas ervoor op dat je niet wordt verleid om je te laten opzetten tegen jouw ouders. De bestaande problematiek is voldoende.
5. Houd vast aan het idee dat jouw ouders van je houden. Onder bepaalde omstandigheden zullen ze daar niet aan toegeven uit een soort zelfbescherming omdat ze vreselijk gekwetst zijn. Mogelijk herken je een zelfde houding bij jezelf.
6. Als ouders voor jou vechten in deze situatie, vergelijk het met het vechten voor een ziek kind waarbij de artsen een foute diagnose hebben gesteld en een verkeerde behandeling hebben gegeven met onherstelbare schade.
7. Houd vast aan het idee dat alles opgelost kan worden. Als je een kans krijgt tot herstel wacht niet. Je bespaart jezelf maar ook jouw ouders onnodig verdriet.
8. Ook als een actie niet direct het verwachte resultaat oplevert, wanhoop niet.
9. Zoek desnoods iemand die vertrouwen van beide kanten geniet en bereid is naar vermogen te helpen.
10. Accepteer dat vertrouwen tussen ouders en hun kind weer moet groeien. Er is per slot veel over-en-weer gebeurd.
11. Leer te vergeven, vergeten hoeft niet, accepteer het gebeurde desnoods als een levensles.
12. Houd contact, al is het maar dat je eenmaal per jaar een kerst- of verjaardagskaart stuurt; laat je niet van de wijs brengen als er geen reactie komt. Zet door zonder verwachting. De tijd is er misschien nog niet rijp voor.

familie en vriendenkring
Bij de gerezen problemen rond het weggelopen kind staan familie en vrienden eerst aan de zijlijn. Ook bij hen spelen veel emoties. Velen begrijpen niet wat er is gebeurd. Ook zij gaan door de emotionele molen van “wie heeft er gelijk, het kind of de ouders.” Wees eerlijk in je beoordeling en ga gerust op je gevoel af. Natuurlijk blijft het een moeilijk onderwerp om over te praten.
Natuurlijk vraag je je af of er misschien iets is gebeurd wat je niet gezien hebt.
Toch zie je ook ouders die vechten om hun kind en een verbeten strijd met de instanties aangaan. Waarom houden ze niet op zul je je afvragen, ze gaan eraan onderdoor. Je begrijpt niets van de strijd die gevoerd wordt terwijl het toch om zoiets fundamenteels gaat, nl. het belang van het eigen kind, zijn leven en toekomst. Veel familieleden en vrienden haken helaas af, terwijl elk beetje ondersteuning zo van essentieel belang is. De strijd wordt veel zwaarder naarmate je als ouders alleen komt te staan.

wat kun je in zo’n situatie voor hen betekenen .
Geef het vertrouwen maar blijf zeker reëel, ga er in ieder geval niet tussen staan;

2.  Veroordeel niet:  zoiets kan iedereen overkomen;
3.  Voorkom dat ze in een isolement raken;
4.  Mogelijk kent u lotgenoten waar u ze mee in contact kunt brengen;
5.  Sta open als opvang, ook voor het weggelopen kind;
6.  Kies geen partij.

het pleeggezin
Er zijn gezinnen die zich openstellen voor de opvang van kinderen van anderen, wat ook daarvoor de reden moge zijn. Van belang is wel te weten welke motieven eraan ten grondslag liggen, om te bepalen of zij een positieve bijdrage kunnen leveren “in het belang van het kind” dat door omstandigheden bij hen geplaatst wordt. Indien er signalen komen dat het hulpverleningsplan waar alle partijen mee ingestemd hebben gefrustreerd wordt, dat schriftelijke aanwijzingen niet opgevolgd worden, dan dienen er maatregelen genomen te worden om de uitvoering van het hulpverleningsplan veilig te stellen, want dit is opgesteld “met het belang van het kind” voor ogen. Dan schort het hier nog al eens aan en loopt uw kind grote risico’s, wat niet ongemerkt aan u als ouder voorbij gaat. In de praktijk blijkt dat deze zorg noch door de gvi noch door Pleegzorg wordt gedeeld. Zij beroepen zich op allerlei buiten hen liggende oorzaken waardoor een beter alternatief niet aan de orde is. Bovendien: hoe haalt u het in uw hoofd om als ‘gediskwalificeerde ouder’ zich hiermee te bemoeien. 

de kosten, lbio en kinderbijslag
Naast de kosten die u maakt voor advocaten, zult u een bijdrage moeten betalen in de kosten van uw kind, zodra de kinderrechter een uithuisplaatsing heeft uitgesproken en uw kind daadwerkelijk in een pleeggezin terechtkomt. Om deze bijdrage te innen krijgt u maandelijks een acceptgiro van het LBIO. U moet dit zien als een soort incassobureau. Het bedrag dient u te betalen, maar indien u geen kinderbijslag ontvangt voor dit kind, bestaat de mogelijkheid dat u gekwalificeerd wordt als “schrijnend” geval, wat voorlopig nog opschorten van incassomaatregelen betekent. Van de juiste benadering van dit probleem door het LBIO vindt in de Tweede Kamer nog behandeling plaats.           

Let op dat u niet teveel betaalt. In principe kunt u volstaan met betaling van de bijdrage LBIO. Andere kosten, waaronder schoolgeld, boekengeld, ziektekosten en overige verzekeringen worden door de gezinsvoogdij-instelling betaald. Laat u hierover goed informeren.

 

de zaak utrecht (zie ook de volkskrant  (13-08-1998) 
Dochter van 15 jaar loopt na incident van huis weg en trekt in bij het gezin van haar vriendje, hierbij gesteund door een leraar van school, die haar al enige tijd begeleidde. Als reden naar politie en hulpverlening geeft zij aan dat zij mishandeld en verwaarloosd wordt en uitgebuit als assepoester. Hulpverlening en kinderbescherming nemen dit als uitgangspunt van de benadering van het probleem.

Ouders hadden voordien al hulp ingeroepen van een therapeute omdat zich excessieve puberale problemen voordeden, waarbij ook drugsgebruik een rol speelde.
De ouders roepen de hulp in van de Kinderbescherming, omdat zij het verblijf bij het vriendje en zijn familie niet wenselijk vinden en dit gezin niet meewerkt aan terugkeer naar de ouderlijke woning (men had zich al opengesteld om pleeggezin te worden om zo het vriendinnetje van hun zoon, die afgewezen was door haar ouders i.v.m. drugsgebruik, voor hun zoon veilig te stellen). In tegenstelling tot wat de ouders van de dochter verwachtten, wordt er geen actie ondernomen om hun kind weg te halen bij het vriendje. Integendeel, het gezin wordt goedgekeurd als pleeggezin (het feit dat vriendje een ADHD kind is weegt niet mee, noch dat de “pleeg”vader psychische problemen heeft) en de dochter mag er officieel verblijven voor de zogenaamde crisisopvang. Vervolgens wordt er een verlenging aangevraagd voor verblijf van de dochter bij het pleeggezin, nu als officieel opvangadres. Dat het pleeggezin niet meewerkt aan het uitvoeren van het hulpverleningsplan vormt geen belemmering. Dat het pleeggezin zijn eigen doelstellingen heeft die zeker haaks staan op de belangen van de dochter wordt systematisch genegeerd.
Inmiddels hebben de zaken zich zo ontwikkeld dat Bureau Jeugdzorg de ondertoezichtstelling laat opheffen omdat zij zonder medewerking van de dochter (die in haar verzet gesteund wordt door het pleeggezin) haar niet in een project begeleid wonen kunnen onderbrengen. De dochter die inmiddels 17 is geworden, wordt verder maar aan haar lot overgelaten.

 

de zaak noord-holland
Ook hier betreft het een 15-jarig meisje. Zij wordt verkikkerd op een sportleraar van 29 jaar. Als moeder merkt dat beiden haar bed gebruiken, verandert de verhouding moeder-kind. Er onstaat een situatie dat dochter het gezag van moeder niet meer accepteert en verbaal agressief gedrag ten toon spreidt. De dochter, die de beperkingen die haar moeder oplegt niet meer accepteert, loopt weg en wordt opgenomen in een jongerencrisiscentrum zonder overleg met de moeder. Ten einde raad roept moeder hulp in bij de Raad voor de Kinderbescherming om haar dochter te beschermen tegen de hulpverleners, die voor haar gevoel de zaak volledig verkeerd aanpakken. Met als doorslaggevende reden in het raadsrapport dat er sprake is van een “verstoorde relatie moeder-dochter” wordt de dochter onder toezicht gesteld en omdat zij toch al niet meer thuis is knoopt de Raad aan zijn advies maar een uithuisplaatsing vast. De dochter wordt in een willekeurig opvanggezin geplaatst, waar ze feitelijk aan haar lot wordt overgelaten. De schoolopleiding stagneert. De omgang met de “vriend” gaat gewoon door. Na 7 maanden wordt ze in een tehuis geplaatst voor dakloze jongeren. Omdat ze de leefregels niet kan accepteren loopt ze daar weg. Haar moeder kan dit niet aanzien en voert waar ze kan klachtenprocedures. Zij heeft na een jaar de conclusie getrokken dat het middel erger is dan de kwaal, zij voelt zich systematisch misleid door Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming/ Justitie en Pleegzorg, en ziet dat het met haar dochter verder bergafwaarts gaat. De relatie moeder-dochter is inmiddels volledig aan gort. Vanuit deze invalshoek heeft zij zich samen met een advocate er sterk voor gemaakt om in hoger beroep de justitiële maatregel te laten opheffen, hetgeen is gelukt. Volgens Bureau Jeugdzorg was er inmiddels geen sprake meer van een verstoorde relatie tussen moeder en dochter waardoor de rechter, niet gehinderd door een kritische houding, om deze reden instemde met het verzoek om de ondertoezichtstelling op te heffen. De dochter woont nu bij haar “vriend”. Er is enig contact tussen moeder en dochter en er ligt weer een opleiding in het verschiet.

 

de zaak rotterdam    (zie ook de volkskrant 18-05-1999)
Dochter van 15 jaar loopt weg uit het huis van haar ouders. Directe aanleiding was een meningsverschil over gebruik van make-up. Omdat dochter bij de politie aangaf dat zij vreesde voor fysiek geweld van haar vader, werd zij ondergebracht op een geheim adres. De ouders zoeken hulp en komen terecht bij de Raad voor de Kinderbescherming. Dan begint de nachtmerrie. Van oorsprong Russische Joden, in hun land blootgesteld aan allerlei vormen van vervolging, en gevlucht naar Nederland, worden zij nu blootgesteld aan de Politie, de Raad voor de Kinderbescherming met in het verlengde Bureau Jeugdzorg en het Nederlandse rechtssysteem. In hun beleving overtreft wat zij de afgelopen twee jaar hebben meegemaakt met hun dochter en de instellingen alles uit hun verleden. Zij hadden in Nederland niet voor mogelijk gehouden wat zij hier hebben moeten ondergaan: volledig gediskwalificeerd worden als ouders van hun dochter (de zoon was gewoon thuis en begrijpt er niets van, behalve dat zijn zuster in zijn ogen erg verwend is).Zij zijn veroordeeld omdat zij volgens hun dochter een fysieke bedreiging voor haar vormden, zonder dat daar feitelijk onderzoek naar is gedaan. En of dit nog niet erg genoeg was, toen de moeder zich over de gang van zaken beklaagde bij het Ministerie van Justitie werd haar botweg gezegd: “als jullie het hier niet mee eens zijn moeten jullie maar naar je land van herkomst terug gaan”. Met verbazing over het rechtssysteem en met zorg om het hart voor hun dochter hebben zij de ene na de andere klachtenprocedure gevoerd, omdat hun dochter verder dreigde af te glijden: zij ging ook niet meer naar school en ook op dit punt bleek het middel erger dan de kwaal.
Uiteindelijk zijn zij er in hoger beroep in geslaagd om de ondertoezichtstelling op te laten heffen. De dochter is inmiddels vrijwillig teruggekeerd en woont bij haar vader. Deze mensen hebben er weer een litteken bij.

 

kwaliteit uitspraken klachtencommissie, een paar voorbeelden,   en wat u kunt verwachten

1. Een klacht ingediend bij de Klachtencommissie van de Raad voor de Kinder­bescherming omtrent afspraken over gespreksverslagen die niet door de raadsmedewerker werden toegestuurd, wordt afgedaan met: “Klagers hebben dit waarschijnlijk bij de uitleg niet goed begrepen”. Uitspraak: “Bij gebrek aan wetenschap is het de commissie niet duidelijk geworden of het maken en toezenden van een gespreksverslag is toegezegd. Dit is geen gebruikelijke gang van zaken bij het verrichten van onderzoek. Aangetekend zij dat het te betreuren valt dat de raadsonderzoeker wegens zijn afwezigheid geen nadere helderheid hierover heeft kunnen verschaffen ter zitting. De commissie acht dit klachtpunt ongegrond.”

2. Een klacht over het toeschrijven naar de conclusie in het rapport  wordt verworpen (“De Raad komt op grond van het onderzoek tot de conclusie dat de puber zodanig opgroeit dat haar zedelijke en geestelijke belangen ernstig worden bedreigd”): deze zinsnede wordt door “leken” (=ouders) vaak verkeerd geïnterpreteerd. Het is juridische taal. Deze woorden staan als zodanig in de wet genoemd als voorwaarde om tot een ots te komen, dus... .

3. De klachtencommissie doet een klacht over het niet doen aan waarheidsvinding met betrekking tot geuite beschuldigingen af met “De Raad is geen politie”.  Deze beschuldigingen liggen ten grondslag  aan ingrijpende maatregelen. Om vervolgens tot de uitspraak te komen: “Waarheidsvinding tijdens het onderzoek is volgens de klachtenregeling niet klachtwaardig. Het betreft hier echter een “grijs” gebied: feitelijke en relationele zaken zijn in het geding. De commissie heeft echter het standpunt ingenomen dat de Raad, alhoewel feitelijke zaken niet altijd correct zijn weergegeven, zich voldoende moeite heeft getroost om met betrekking tot relationele zaken een juiste stand van zaken weer te geven. Dit klachtpunt is ongegrond.”

 

wat gebeurt  er met wel gegrond verklaarde klachten?

Citaat uit een brief (augustus 1998) van de Raad aan een klagende partij: “voorts meld ik u dat binnen de Raad voor de Kinderbescherming, Directie Noord-West, in iedere werkkamer een afsprakenboek (losbladig) aanwezig is. Daarin is een apart hoofstuk gewijd aan de beklagregeling. Twee maal per jaar worden de gegrond verklaarde klachten doorgenomen en worden de medewerkers daarop geattendeerd door middel van een vermelding in het afsprakenboek en door een beleidsaanwijzing. Daarmee worden de klachten op een algemeen niveau gebracht.”
Conclusie, het voeren van klachtenprocedures is zinloos als u hiermee hoopt te bereiken dat er in uw zaak bijgestuurd zal worden. Is dit niet de bedoeling van klachtenprocedures?

 

kwaliteit onderzoek van sommige deskundigenbureaus 
Als er door de hulpverleners een “onderzoeksvraag” is geformuleerd moet u er niet versteld van staan dat het onderzoeksbureau er een vrije vertaling van maakt en het onderzoek een andere richting op stuurt.
Een voorbeeld
Ouders hebben er steeds op aangestuurd dat er therapeutische begeleiding voor hun dochter zou komen. Uiteindelijk wordt een aanzet tot beoordeling van het verzoek gedaan. Door de gezinsvoogd wordt de volgende onderzoeksvraag  voorgelegd: “Ik vraag uw advies met betrekking tot een plaatsing en (de noodzaak) van therapeutische behandeling.”
In de schriftelijke uitwerking van het deskundigenbureau wordt de onderzoeksvraag: “De gezinsvoogdes verzoekt om advies met betrekking tot de noodzaak van therapeutische plaatsing van de jeugdige.”

tot slot

Als ouders heeft u het beste voor met uw kinderen. Er zijn in een gezinssituatie echter omstandigheden waarbij de prioriteiten anders komen te liggen. Ziekte, overlijden, geboorte zijn zo van die factoren waardoor de dagelijkse gang van zaken verstoord kan worden. Het vraagt een aanpassing van de betrokkenen om een nieuw evenwicht te vinden. Soms is hierbij hulp nodig, waarbij in eerste instantie een beroep op familie, vrienden en kennissen gedaan zal worden. Ook kan het wenselijk zijn professionele hulp in te roepen. Maar let nu op... .
Zodra u professionele hulp inroept gaat het probleem een eigen leven leiden. Als buitenstaanders menen dat de Raad voor de Kinderbescherming dient te worden ingeschakeld, bent u uw kind al bijna kwijt en kunnen gezinsleden van elkaar gerukt worden “in het belang van het kind”, waarbij de “professionals” uitblinken in willekeur. Het komt voor dat uit een gezin één kind wordt weggehaald en andere kunnen blijven. Naast de problemen in eerste aanleg, komt er nu ook nog het gevecht om uw kind bij.